« Vorige pagina


De “NIEUWE RIJKSWERF”


Het jaar 1822 wordt beschouwd als de datum waarop de Rijkswerf “Willemsoord” formeel in gebruik werd genomen. Dat hing samen met de oplevering van het gegraven dok. Sindsdien hebben zich stormachtige ontwikkelingen voorgedaan op het gebied van scheepsbouw en scheepsonderhoud. Dat stelde steeds hogere maar ook andersoortige eisen aan kennis, kunde, infrastructuur en outillage.

DE AANLEIDING.
Het jaar 1822 wordt beschouwd als de datum waarop de Rijkswerf “Willemsoord” formeel in gebruik werd genomen. Dat hing samen met de oplevering van het gegraven dok. Sindsdien hebben zich stormachtige ontwikkelingen voorgedaan op het gebied van scheepsbouw en scheepsonderhoud. Dat stelde steeds hogere maar ook andersoortige eisen aan kennis, kunde, infrastructuur en outillage.
ln de tachtiger jaren van de vorige eeuw werd de grens bereikt van de mogelijkheden van de infrastructuur op de oude Rijkswerf “Willemsoord” om in de pas te blijven met technische ontwikkelingen en vlootsamenstelling en volume. De Koninklijke marine had haar vloot eerder verplaatst naar het marine complex op de Nieuwe Haven. Daarmee werd een fysieke afstand gecreëerd tussen de Rijkswerf en de vloot in onderhoud. Een intensief transport van mensen en materiaal was het gevolg met een negatieve invloed op de doelmatigheid van het onderhoudsproces.
In die jaren kwam de privatiseringsdiscussie goed op gang. Ook binnen de defensieorganisaties moest worden bezien welke activiteiten zich eventueel voor privatisering zouden lenen. Dit leidde in 1986 tot de conclusie dat afstoting van de Rijkswerf als “geheel”, gelet op de operationele inzetbaarheid van de vloot, niet mogelijk was en vanwege de synergie, afstoting in delen niet zinvol was.
Een verdergaande besparing op de instandhoudingskosten bij de Rijkswerf werd wel mogelijk geacht. Dit door inkrimping van de personele sterkte en door een betere bedrijfsvoering, additionele uitbesteding en het verplaatsen van de werf naar de Nieuwe haven nabij de operationele vloot. Op advies van de interdepartementale begeleidingscommissie stelde de staatssecretaris eind 1986 een stuurgroep vervolgonderzoek privatiseringsonderzoek Rijkswerf in om het onderzoek op essentiële onderdelen nader te onderbouwen. Na inschakeling van een extern adviesbureau rapporteerde de stuurgroep op 25 mei 1987 aan de staatssecretaris met het advies het grootste deel van de onderhoudswerkzaamheden door en op de Rijkswerf te doen uitvoeren, met voortvarendheid de Rijkswerf in zijn geheel te concentreren op het Nieuwe Haventerrein, de Rijkswerf een meer zelfstandige plaats in de Koninklijke marine te geven en op grond van het werkgelegenheidsaspect de additionele uitbestedingen te beperken.
HET VERVOLG.
De staatssecretaris nam medio 1987 het advies van de stuurgroep over in zijn beleidsvoornemens voor de Rijkswerf. Hij ging ervan uit dat na de uitvoering van de maatregelen de Rijkswerf over circa 1.000 medewerkers zou moeten beschikken. Als doel stelde de staatssecretaris dat de marinebasis Den Helder en de Rijkswerf in het bijzonder een doelmatig en modern complex wordt met goede werkomstandigheden voor het personeel.
Hiertoe werd door een projectgroep onderzoek gedaan wat uitmondde in een voorstel tot een functioneel ingerichte organisatie. Direct hiervan afhankelijk is de infrastructuur ontworpen en voorziet in reparatiekaden, scheepsliftcomplex, een viertal werkplaatsen, een accuwerkplaats; allen gegroepeerd naast het bestaande overdekte fregattendok en een centraal kantoorgebouw. De nieuwe gebouwen konden hun energie, zowel elektrisch als warmte, betrekken vanuit het gelijktijdig in een ander project gerealiseerde krachtwarmtestation.
Bij het ontwerpen van de infrastructuur ging de architect uit van de door gebruikersgroepen opgestelde eisen. Dat hierbij compromissen gesloten moesten worden tussen wat gewenst was en wat binnen het taakstellend budget mogelijk was laat zich raden. Hiertoe werd ook gebruikgemaakt van moderne ruimtebesparende multifunctionele outillage. Voor het grootste deel echter werd het bestaande machinepark na grondige inventarisatie op technische toestand, al dan niet gereviseerd, bestemd voor de nieuwe werkplaatsen. Voor de met de nieuwe bedrijfsvoering gepaard gaande culturele omslag en de benodigde nieuwe kennis en kunde werd een kostbaar en omvangrijk opleidingsprogramma samengesteld.
Het totale ontwerp was aldus gericht op het in een project realiseren van een totaal nieuwe en op de laatste technische ontwikkelingen gebaseerde werf bemand met gemotiveerde en deskundige medewerkers die, onder behoud van doeltreffendheid, het gewenste product tegen minimale kosten leveren.
Inmiddels was op verzoek van de NATO de capaciteit van het SLC vergroot van 1.000 ton tot 2.500 ton en kon op 27 februari l989 de eerste paal van het SLC de grond in. Er zouden nog vele volgen.
DCW&T had eveneens een projectorganisatie uit de grond gestampt en legde in hoog tempo de bouwtekeningen voor de werkplaatsen ter goedkeuring voor. De aanbesteding van de werken vergde door de Europese richtlijnen veel tijd. Vooral bij het ontwerpen van de installaties voor de oppervlakte bewerking was veel onvoorziene tijd nodig omdat deze moesten voldoen aan de nieuwste milieueisen die bovendien nog elke dag aangepast werden.
Gaandeweg kwam het SLC gereed en kon de overdracht en de indienststelling op 17 januari 1991 plaatsvinden. Proeven toonden dat de installaties aan de verwachtingen voldeden. Voorwaar een niet geringe prestatie van de aannemer waar het hier een totaal nieuw ontwerp betrof voor het niet alleen in langs richting maar ook dwars verplaatsen van schepen naar de opstel plaatsen.
Ook de contouren van de werkplaatsen verschenen boven het maaiveld en werden voorbereidingen getroffen voor de verhuizing. Hierbij was het motto dat een werkplaats slechts een beperkt aantal dagen buiten bedrijf mocht zijn. Met behulp van gedetailleerde en uitgebreide draaiboeken klaarden de professionele verhuizers het karwei steeds weer binnen de afgesproken tijd.
HET RESULTAAT
Het project Nieuwe Rijkswerf heeft het de Koninklijke marine mogelijk gemaakt haar taak doelmatiger uit te voeren door het noodzakelijke onderhoud aan de platformsystemen op de Rijkswerf optimaal uit te voeren. Door het realiseren van de doelstelling van het project werd een doelmatig en modern complex gerealiseerd waarin de werkomstandigheden voor het personeel als uitstekend kunnen worden gekwalificeerd.
De reparatiewerf omvatte na gereedkomen het volgende:
– Een overdekt dok geschikt voor fregatten.
– Een overdekte opstelplaats geschikt voor geconditioneerd onderhoud aan onderzeeboten en mijnenjagers.
– Een aantal opstelplaatsen voor openluchtreparaties aan onderzeeboten en mijnenjagers.
– Reparatiekaden voor alle soorten schepen.
– Goed geoutilleerde werkplaatsen voor alle benodigde disciplines, voorzien van magazijnruimten, toereikende kantoren, pauzeplekken voor personeel en ten minste uitgerust volgens de vigerende arbeidsvoorschriften.
– De werkplaatsen zijn gerangschikt rond de hallen en kaden zodat afstanden geminimaliseerd zijn.
– Een volgens de laatste milieuwetgeving ingerichte oppervlaktebewerkingsplaats.
– Een centraal kantoorgebouw waarin de verschillende afdelingen in direct contact en met korte lijnen hun werk gericht op het geheel verrichten.
Deze modernste scheepsreparatiewerf werd bestuurd op basis van toereikende besturingsmodellen met goed opgeleid en toegewijd personeel. Tekortkomingen in de opgestelde modellen werden met voortvarendheid verbeterd. Het proces van aanpassing aan de moderne bedrijfsvoering werd constant geëvalueerd en resulteerde in het voldoen aan de ISO-kwaliteitssysteemvoorwaarden.
UITEINDELIJK.
Na ingebruikneming van de nieuwe infrastructuur bleek deze, met slechts enkele minimale aanpassingen, zoals bijvoorbeeld verbeterde zonwering, te voldoen aan de verwachtingen. Het project is door de bemanning van de Rijkswerf opgepakt onder het motto “Voor de Rijkswerf, door de Rijkswerf”. En zo is het ook uitgevoerd. Iedereen heeft in mindere of meerdere mate bijgedragen aan het resultaat. Zij werden daarbij ondersteund door een veelheid aan defensie-afdelingen en externe deskundigen die, elk voor zich, het beste hebben gegeven om de Rijkswerf van een verouderde en ondoelmatige inrichting te veranderen in de modernste werf van de wereld waarin de Rijkswerfleus “SCHEPEN HEEL EN OP TIJD” waargemaakt werd.
In 1993 is het complex officieel geopend, waarmee de oude Rijkswerf “Willemsoord” werd afgedankt.
In 2002 hield de Nieuwe Rijkswerf op als zelfstandig bedrijf binnen de Koninklijke Marine en fuseerde met het SEWACO-bedrijf en het MEOB/Oegstgeest, allen onderhoudsdiensten van de Koninklijke Marine met verschillende werkvelden, tot het Marinebedrijf. Door het samenvoeging streefde Defensie ernaar om de hele instandhouding van schepen en boten van de marine bij één bedrijf onder te brengen, zowel de SEWACO systemen als de Platform-systemen. Het Marinebedrijf is een onderdeel van het Ministerie van Defensie.