« Vorige pagina


HISTORIE “MARINE ELEKTRONISCH en OPTISCH BEDRIJF”


In 1858 werd de Leidse sterrenkundige en hoogleraar F. Kaiser (1808-1872) bij ministerieel besluit benoemd tot verificateur van ‘s Rijks zee-instrumenten. Zijn taak bestond uit het adviseren van de minister van Marine bij de aankoop en keuring van navigatie-instrumenten, zoals tijdmeters en kompassen. Kaiser werd in 1873 opgevolgd door zijn zoon P.J. Kaiser (1838-1916). Zowel vader als zoon hebben in belangrijke mate bijgedragen aan ontwikkelingen op zeevaartkundig gebied.

De Verificatie van Rijkszeevaartinstrumenten
In 1858 werd de Leidse sterrenkundige en hoogleraar F. Kaiser (1808-1872) bij ministerieel besluit benoemd tot verificateur van ‘s Rijks zee-instrumenten. Zijn taak bestond uit het adviseren van de minister van Marine bij de aankoop en keuring van navigatie-instrumenten, zoals tijdmeters en kompassen. Kaiser werd in 1873 opgevolgd door zijn zoon P.J. Kaiser (1838-1916). Zowel vader als zoon hebben in belangrijke mate bijgedragen aan ontwikkelingen op zeevaartkundig gebied. Beiden onderhielden nauwe contact met geleerden en instrumentenmakers in binnen- en buitenland. De Verificatie van Rijkszeevaartinstrumenten (later werden dit Rijkszee- en luchtvaartinstrumenten) zou in de loop der tijd uitgroeien tot een omvangrijk marinebedrijf. Aanvankelijk was het ondergebracht in enkele zoldervertrekken van het Academiegebouw aan het Rapenburg in Leiden. Daarna was het achtereenvolgens gevestigd in de door F. Kaiser opgerichte nieuwe sterrenwacht aan de Witte Singel en aan de Oude Varkensmarkt. In 1952 verhuisde de Verificatie van Leiden naar de Maaldrift te Wassenaar, op dat moment waren er ongeveer tweehonderd personen in dienst. In 1988 werden de gebouwen aan de Maaldrift gesloopt en verhuisde de Verificatie naar Oegstgeest.

Het Marine Elektronisch Bedrijf (MEB)
Het Marine Elektronisch Bedrijf ontstond uit de in 1904 opgerichte Marine Radio Dienst. Bij deze dienst werden ontwikkelingen op het gebied van de draadloze communicatie gevolgd en werd de communicatieapparatuur van de marine onderhouden. Na de oorlog werd de radiodienst verplaatst naar Oegstgeest. Niet alleen het onderhoud van communicatieapparatuur, maar ook dat van ander elektronisch materiaal werd ondergebracht bij deze nieuwe radiodienst. In 1949 werd ook deze dienst weer opgesplitst in het Laboratorium voor Elektronische Ontwikkelingen en het Marine Elektronisch Bedrijf (MEB). Organisatorisch vielen ook de elektronische werkplaatsen in Den Helder onder dit bedrijf. Het MEB was belast met de verzorging en het onderhoud van de elektronische apparatuur van de marine. Tot in de jaren zeventig bleven de werkzaamheden en het aantal personeelsleden van zowel het MEB als de Verificatie toenemen. In 1977 werd het Laboratorium voor Elektronische Ontwikkelingen opgenomen in die van de Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurkundig Onderzoek (TNO). Een jaar later fuseerde het MEB en de Verificatie.
Het Marine Elektronisch en Optisch bedrijf (MEOB)
Het Marine Elektronisch en Optisch bedrijf, kortweg MEOB, is dus ontstaan in 1978, toen een fusie plaats had tussen de Verificatie van Rijkszee- en Luchtvaartinstrumenten (VRZLI) en het Marine Elektronisch Bedrijf (MEB). Na de fusie in 1978 ontwikkelde het MEOB zich als specialistisch bedrijf op het gebied van elektronica, fijnmechanica en optica. Het werkterrein betrof in de eerste plaats het materieel van de Koninklijke Marine. Daarnaast werden ook werkzaamheden voor andere krijgsmachtonderdelen verricht. Naast het repareren en onderhouden van apparatuur werden ook apparaten geproduceerd en technische adviezen gegeven bij de werving van materieel. In totaal waren er bij het MEOB ongeveer 500 personen werkzaam, zowel militair als burger. De traditiekamer van het MEOB bewaakte de geschiedenis van zowel de Verificatie als het MEB door een grote verzameling van navigatie- en communicatieapparatuur aan te leggen. In 1998 werd begonnen met de verhuizing van het MEOB naar Den Helder. Het Marine en Elektronisch Bedrijf is daarbij opgegaan in het Marinebedrijf te Den Helder. Met het verhuizen van het MEOB naar Den Helder, werd ook de traditiekamer te Oegstgeest opgeheven. Het papieren materiaal is in 2000 aan het Instituut voor Maritieme Historie overgedragen, de instrumenten zijn opgenomen in de collectie van het Marinemuseum te Den Helder.