« Vorige pagina


HISTORIE “BEWAPENINGSWERKPLAATSEN”


Bewapeningswerkplaatsen (BW) was de naam van één van de onderhoudsbedrijven van de Koninklijke Marine, dat zich richtte op de instandhouding van de wapens en wapensystemen van de marine, variërend van kleine handvuurwapens en kanons, raketsystemen zoals Seasparrow, torpedo’s, tot de mechanische delen van de Goalkeeper(snelvuurkanon).

Bewapeningswerkplaatsen (BW) was de naam van één van de onderhoudsbedrijven van de Koninklijke Marine, dat zich richtte op de instandhouding van de wapens en wapensystemen van de marine, variërend van kleine handvuurwapens en kanons, raketsystemen zoals Seasparrow, torpedo’s, tot de mechanische delen van de Goalkeeper(snelvuurkanon). Het bedrijf was gevestigd in Den Helder en was verspreid over verschillende locaties. De hoofdlocatie bevond zich op het z.g. “vierkantje”, het zuidoost gedeelte van het Rijkswerf terrein. Het terrein, opgesloten tussen Nieuwe Diep, zeedoksluis, Boerenverdriet en maritieme binnenhaven met de marineschutsluis, heeft van oudsher de naam “het vierkantje”.
Voorgeschiedenis
GESCHUTMAKERS
In 1880 spreekt men op de Rijkswerf van Amsterdam van geschutgieters. De werkzaamheden aan geschut en munitie nemen steeds meer toe. De groeiende behoefte aan deskundig personeel bij aanmaak, onderhoud en herstel van geschut blijkt uit de oprichting van het dienstvak Geschutmaker in 1913.
Vóór 1911 is er op de Rijkswerf in Den Helder een artilleriewerkplaats. In 1914 wordt het ijzermagazijn op de Rijkswerf te Den Helder verbouwd tot geschutmakerij welke in 1916 in gebruik wordt genomen. Er worden wapens gekeurd en geschut hersteld. Naarmate er meer vuurleidingapparatuur aan boord van schepen komt, gaat de geschutmakerij hiervoor de onderdelen aanmaken. De geschutmakerij gaat zich derhalve meer en meer bezig houden met fijn mechanisch werk en de artilleriewerkplaats met het grovere werk.
In de jaren 1930-1935 wordt één gebouw ingericht tot geschutmakerij en artilleriewerkplaats. In 1930 wordt de schietbaan te Petten ingericht en in L937 wordt op de Rijkswerf het verf- en glasmagazijn verbouwd tot vuurleidingwerkplaats. In 1940 verhuist de artilleriewerkplaats naar Huisduinen op last van de Duitse bezetter. De werkplaatsen voor wapens en munitie blijven tot 1 mei 1946 onder verantwoordelijkheid van de Rijkswerf. Daarna worden de artilleriewerkplaats en de munitieherstelwerkplaats samengevoegd in de nieuw opgerichte Marine Artillerie Inrichting.
DE MARINE ARTILLERIE INRICHTINGEN
Voor de Tweede Wereldoorlog is er in de organisatie van de Rijkswerf sprake van een ,,Arsenaalsdienst”. Hierin zijn gevoegd de Geschutmakerij en de Munitieherstelwerkplaats. Op 1 mei 1946 wordt de organisatie Marine Artillerie Inrichtingen (M.A.I.) ingesteld die volgens de circulaire der zeemacht nummer 1414 van dezelfde datum bestaat uit:
de artillerie-werkplaats (dit is de geschutmakerij),
de munitie-herstelwerkplaats,
de magazijnen voor geschut en munitie.
Later wordt aan de M.A.I. nog een aantal zelfstandige diensten toegevoegd. Dat zijn:
– Het Torpedo-atelier en de Torpedoschool met het daarbij behorende Persbedrijf.
– De Stelplaats Onderzeebootbestrijding, bemand door torpedomakers die in 1949 zijn omgeschoold tot onderhoudsmonteur voor Asdic installaties.
– Het Mijnenmagazijn Strekdam. Nadat in 1948 alle mijnen zijn gedemonteerd, wordt begonnen met de reparatie van mijnenveegtuigen. In de loop der jaren komt ook de reparatie van het elektrische/akoustische gedeelte van de mijnenveegtuigen naar deze werkplaats.
– De Marine-gasdienst wordt in december 1949 toegevoegd.
De samenvoeging van deze diensten leidt tot de associatie ,,Bewapeningsinrichtingen”. Deze naam wordt in 1949 vervangen door ,,Bewapeningswerkplaatsen in Nederland” en vervolgens ,,Bewapeningswerkplaatsen der marine”.
De ontwikkeling naar de huidige Bewapeningswerkplaatsen is volledig gestuurd door het materiaal van de Koninklijke Marine. Met name het gebruik van en werk aan artillerie, munitie en torpedo’s zijn bepalend geweest voor de fundamenten van het bedrijf.
De Marinemagazijnsdienst neemt in 1948 de magazijnen voor artillerieartikelen, tot dusver ressorterend onder het hoofd geschutmakerij, over.
DE MUNITIEHERSTELWERKPLAATS
De Munitieherstelwerkplaats is een van de oudste componenten van de Bewapeningswerkplaatsen der marine. In 1880 zljn er op de drie Rijkswerven 50 ernstvuurwerkers tewerkgesteld. De ernstvuurwerkerij te Den Helder is gesitueerd in fort Oostoever. De munitiemagazijnen daar dateren uit 1856, 1861 en 1890, het wachthuis uit 1869 en het laboratorium uit 1884. In deze gebouwen is geen elektriciteit of stoomaandrijving aanwezig. De aandrijving van persen en dergelijke geschiedt met handkracht en de werktijden worden in de winter aangepast aan het daglicht. Het fort mag als werkplaats worden gebruikt onder voorwaarde dat het in tijd van mobilisatie binnen 24 uur wordt ontruimd.
In 1888 wordt in Den Helder een nieuw magazijn voor munitie gebouwd met laad- en lossteiger nabij fort Oostoever, waarvan de kosten f 92.500 bedragen. Dit magazijn komt in de plaats van het oude korvet Heldin, dat als bergplaats voor munitie dient. In datzelfde jaar wordt in Amsterdam een nieuw magazijn voor munitie gebouwd. Geschut en affuiten, opgeslagen in oude open ruimten, krijgen een nieuwe opslagloods waarin ook onderhoud wordt gegeven.
In 1915 wordt begonnen met de bouw van nieuwe munitieherstelwerkplaatsen te Den Helder op de strekdam, die in 1918 in gebruik worden genomen.
Het onderhoud aan wapens en munitie wordt geheel in Den Helder geconcentreerd. De organisatie van de Munitieherstelwerkplaats bestaat in 1920 onder andere uit de ernstvuurwerkerij, de patronenwerkplaats, de vulplaats en de recalibreerafdeling. Per 1 mei 1946 wordt de Munitieherstelwerkplaats samengevoegd met de Artilleriewerkplaats (Geschutmakerij) en vormt het fundament van de nieuw ingestelde Marine Artillerie Inrichting (de voorloper van de BW). De Munitieherstelwerkplaats wordt vanaf 1948 aangeduid met de naam Pyrotechnische Werkplaats.
TORPEDO’S
Bij Koninklijk Besluit van 16 mei 1875 nummer 24 wordt het Korps torpedisten opgericht. Dat krijgt Willemsoord als standplaats met een eigen logement- tevens instructieschip (schroefstoomschip 4e klasse Vulkaan). De eerste torpedo’s zijn de spartorpedo, vischtorpedo en een door Robert Whitehead ontworpen mechanisch voortgestuwde torpedo.
In de periode tot 1890 wordt een aantal vischtorpedoboten aangekocht en worden inschietplaatsen ingericht. Doordat ook het aantal walfaciliteiten wordt uitgebreid, ontstaat er een volwaardig torpedobedrijf. Op de Rijkswerf te Willemsoord wordt in 1914 een nieuw torpedoatelier aan het Boerenverdriet in gebruik genomen, terwijl het torpedomagazljn naar een naastgelegen magazijngebouw verhuist.
Na de Eerste Wereldoorlog is de Marine-torpedodienst gedoemd te worden opgeslokt door de steeds belangrijker geworden Onderzeedienst. Op 19 april I9I9 gaat het personeel van de Torpedodienst over naar de Onderzeedienst. In september 1920 zijn de torpedo-ateliers in Den Helder, Amsterdam en Hellevoetsluis, het inschietbedrijf en de mijnenmagazijnen gesteld onder toezicht van de Onderzeedienst.
ln 1929 komt men weer tot het inzicht dat het torpedo- en mijnenwapen een aparte plaats behoeft, hetgeen resulteert in het oprichten van de Torpedodienst onder een eigen chef. Den Helder wordt de basis van deze dienst. Het Hoofd van het Torpedo-atelier te Willemsoord wordt op 15 september 1949 gesteld onder het Hoofd van de Bewapeningswerkplaatsen in Nederland. Tot het Torpedo-atelier behoren, behalve het atelier ook het persbedrijf, de magazijnen voor torpedo’ s en het magazijn voor onderzeebootbestrijdingsmaterieel.
Op 10 januari l93l wordt de Mijnendienst organiek onttrokken aan de Torpedodienst. Het onderhoud aan het materiaal zelf blijft evenwel tot het takenpakket van de Torpedodienst behoren. De mijnenwerkplaats is in 1948 ontstaan uit de verspermijnenmagazijnen te Willemsoord en Veere. De werkzaamheden bestaan dan uit het onderhoud aan mijnenbestrijdingsmaterieel. De naam Mijnenwerkplaats wordt omstreeks 1951 gewijzigd in Mijnen Bestrijding Stelplaats (M.B.S.).
Uit het Torpedo-atelier is in 1938 de Marine-gasdienst ontstaan. Het werkpakket bestaat hoofdzakelijk uit het behandelen van beademingsapparatuur: perslucht, CO2, zuurstof en gasmaskers. De Marine-gasdienst is gevestigd in een gebouwtje tussen de magazijnen op ,,het Vierkantje”. Op 27 december 1949 wordt de naam ,,Marine-gasdienst” veranderd in “Stelplaats voor Scheepsbeveiliging” en gesteld onder het hoofd van de Bewapeningswerkplaatsen in Nederland. De naam wordt omstreeks 1953 veranderd in ABCD (Atomair, Biologisch, Chemisch en Damage Control). De Marinemagazijndienst neemt in 1948 de magazijnen voor torpedo en mijnenmaterieel (exclusief explosieven) over.

VESTIGING BEWAPENINGSWERKPLAATSEN
De Admiraliteitsraad besluit in 1947 nieuwbouw te plegen voor de Geschutmakerij en Torpedowerkplaats (besluit nr. 11). Tevens besluit men de Onderzeedienst van Rotterdam naar Den Helder te verhuizen. Om de nieuwbouwkosten voor beide projecten te drukken, wordt besloten een gezamenlijk krachtstation te realiseren op het zogenaamde Vierkantje van de Rijkswerf.
Al vanaf 1822 was er op dit terrein een aantal magazijnen gevestigd, die waren gebouwd in de vorm van een vierkant. Het diende als Grootmagazijn voor Rijkswerf Willemsoord en bevatte tevens diverse werkplaatsen en het repetitielokaal van de stafmuziek, de voorloper van de Marinierskapel. In latere jaren werden o.a. bijgebouwd de marinierskazerne (tot voor kort onderzeedienstkazerne), de marine-bakkerij, het gebouw voor de torpedodienst (1894), het torpedo-atelier (1914) en het persbedrijf (1936).
Dramatisch genoeg zijn de historische gebouwen in de Tweede Wereldoorlog door geallieerde bombardementen verwoest. Op 19 februari 1943 wordt door een bombardement het gehele magazijnencomplex verwoest. Aan de zuidkant van het terrein blijven alleen het torpedo-atelier en het persbedrijf overeind, weliswaar beschadigd maar herstelbaar. Na de oorlog worden de resten van de verwoeste gebouwen opgeruimd.
Omdat na de oorlog nieuwe Marine magazijnen werden gebouwd op een terrein achter de burgemeester Houwingsingel in Den Helder kwam de plek vrij voor de bouw van de Bewapeningswerkplaatsen. In 1949 werden de eerste funderingen gelegd en op 16 september 1953 werd het complex met toespraken en kanonschoten geopend.
Tot de Bewapeningswerkplaatsen behoren dan:
– Geschutmakerij;
– Torpedo-atelier;
– Mijnenwerkplaats;
– Stelplaats onderzeebootbestrijding;
– Pyrotechnische werkplaats;
– Stelplaats voor scheepsbeveiliging.
EINDE VAN DE B.W.
BW is als zelfstandig marine-onderhoudsbedrijf in 1996 gefuseerd met het Helderse deel van het Marine Electronisch en Optisch Bedrijf tot het SEWACO-bedrijf. Na de politieke beslissing tot fusie en centralisatie van de Marine Onderhoudsbedrijven volgde in 1995 nieuwbouw op de Nieuwe Haven en kwam het complex vrij voor de firma MOLYMPUS DIGITAL CAMERAultimetaal, een bedrijf dat projecten voor de offshore, petrochemische, farmaceutische en civiele industrie uit voert. Multimetaal is tot medio 2009 op het complex gebleven maar moest wijken voor nieuwbouw van een marinierskazerne.

 

Begin augustus 2009 is begonnen met de sloop van het complex en is alles tegen de vlakte gegaan. De plek van het vierkantje is nu een kale vlakte en de bestemming is nog onzeker.